De wethouder is mijn baas niet

De wethouder is mijn baas niet

Met Pieter Tops mocht ik onlangs bij het NSOB de module ‘bestuurlijk-ambtelijke’ verhoudingen verzorgen in een leergang voor ambtenaren. Intelligente en ervaren mensen die bereid waren om ons een kijkje in hun keuken te geven. In die twee dagen ontrolde zich voor onze ogen een ongekende werkelijkheid.

Iedereen in het openbaar bestuur die regelmatig met bestuurders verkeert, weet dat een bestuurder soms in de stress schiet en tekeer kan gaan tegen ‘zijn’ ambtenaren.

In de leergang bleek echter dat het geen incidenten meer zijn, maar dat hier sprake lijkt van een systematische nieuwe verhouding; een verhouding die aan de kant van bestuurders verschijnselen vertoont van willekeur en machtsmisbruik en aan de kant van ambtenaren verschijnselen laat zien van risicomijdend en onderdanig gedrag.

De verhouding tussen bestuurder en ambtenaar is zo een (verengde) verhouding geworden tussen baas en medewerker, tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, een hierarchische verhouding. Voor vele ambtenaren en bestuurders is dit een vanzelfsprekende waarheid geworden. “Natuurlijk is de wethouder de baas”.

Voor de bestuurder: Ik betwijfel dat het goed is dat de bestuurder de baas is, dat hij of zij hierarchisch direct leidinggeeft aan het werk van de ambtenaren. Dan gaat de bestuurder op de stoel van de hoogste ambtelijke bazen zitten. Verliest de bestuurder daarmee niet zijn wezenlijke meerwaarde uit het oog? Namelijk politiek richting enerzijds en anderzijds dagelijkse politiek bedrijven, dwz. in de politieke arena het spel goed spelen.

Voor de ambtenaar: Het lijkt me niet goed voor de ambtenaar dat de bestuurder feitelijk zijn direct leidinggevende is. Daarmee wordt de ambtenaar overbiddelijk de politieke arena ingetrokken. Dat staat op gespannen voet met het dienaar zijn van het algemene, van het publieke belang, gebaseerd op deskundigheid in inhoud en in het borgen van de rechtmatigheid van overheidshandelen – onafhankelijk van politieke wind -.

Het staat naar mijn idee ook op gespannen voet met de roep om een responsieve overheid, ambtenaren die midden in de samenleving staan, ambtenaren die de dienaar zijn van hun burgers en ondernemers en samen met burgers, maatschappelijke partners en ondernemers tot ‘cocreatie en coproduktie’ komen ; ambtenaren die een eigen maatschappelijk netwerk hebben en daarmee de publieke zaak dienen.

Het lijkt me de hoogste tijd dat ambtenaren weer een eigen plek opeisen, een eigenwaardige positie ten opzichte van de politiek, beide de publieke zaak dienend. Dat vraagt een herwaardering van de basis van onze democratie, de trias politica, met een eigen plek voor de uitvoerende macht, en het vraagt een herdefinitie van de ‘bureaucraat’ zoals Weber de ideale ambtenaar ooit omschreef.

Ik noem haar/hem Publiek Dienaar. Mensen die met trots, plezier en uithoudingsvermogen de publieke zaak dienen. Mensen die weten dat de politiek daarin een belangrijke rol vervult en die in staat zijn deze rol, ook in dienende zin, tot hun recht te laten komen, zonder daarin hun eigen rol en positie te verliezen.

Nieuwe spelregels tussen bestuur, ambtenaren en samenleving zijn daarvoor nodig. [1]

De komende maanden ga ik daarmee aan de gang.

 

Laat het me weten als je ervaringen in dit veld hebt en als je verder mee wilt denken en praten over de herwaardering van de ambtenaar tot Publiek Dienaar.

 

[1] In het essay Nieuw Publiek Werken gaan we hier dieper op in.

 

Waarom willen we zo’n tandeloze commissie

Opinie
De stadsdeelwijken mogen straks een adviescommissie kiezen. Een onzalig besluit, betogen Frank van Erkel, Willem van Spijker en Pieter Tops.

DOOR: FRANK VAN ERKEL, WILLEM VAN SPIJKER EN PIETER TOPS
27 MAART 2017, 14:35

De discussie over het bestaan van de stadsdelen is een speelbal van politieke belangen. En dat al dertig jaar lang. De meeste burgers zijn in deze discussie allang afgehaakt. Het wordt tijd dat de politiek over haar eigen schaduw heenstapt.

Waar ging het ook alweer om? In de jaren tachtig werd in Amsterdam de noodzaak gevoeld om burgers en overheid nader bij elkaar te brengen. Burgers moesten meer invloed krijgen op de ­eigen leefomgeving en op ‘hun’ stad.
De stadsdelen hebben zeker aan deze doelen bijgedragen. Zij hebben de invloed van burgers op hun omgeving vergroot. Ze hebben het bestuur meer gebiedsgericht en uitvoeringsgericht gemaakt.
Maar de stadsdelen zijn te zeer minigemeenten geworden, met te veel gekozen raadsleden en bestuurders, die soms meer op elkaar zijn ­gericht dan op de stad en de burgers. Juist in deze tijd van toenemende spanningen en scheidslijnen is ‘nabijheid’ van belang.
Goede uitvoering, minder politiek en meer democratie is dan ook het devies.
Het bruist in de steden van de initiatieven: zowel burgers als ondernemers zijn bereid om publieke taken ter hand te nemen en dat te doen in publieke verantwoording. Zonder de bijdragen van al die burgers en ondernemers zouden de steden niet goed kunnen functioneren.
Tegelijkertijd zien we maatschappelijke ­tegenstellingen scherper worden: tussen ­kosmopolieten en nationalisten, tussen wit en zwart, tussen stad en regio. Het ontbreekt aan natuurlijke verbindingen. De scheidslijnen worden almaar sterker, zo laten vele rapporten zien. Wie in de Amsterdamse wijken en regio rondloopt, ziet deze segregatie zich voltrekken.

Constructieve meerderheid
Het is een gezamenlijke uitdaging om te zorgen dat al die mensen naast en met elkaar kunnen leven. Dat vraagt om een krachtige democratische basis, waarin alle burgers een plaats hebben; niet alleen politici, maar ook de ongeschoolden, de bonte veelheid van minderheden, burgers en ondernemers die zich inzetten voor de publieke zaak.
Dat vraagt om het mobiliseren van de ‘constructieve meerderheid’, zoals burgemeester Van der Laan dat onlangs noemde.
De huidige stadsbesturen, met hun almaar smaller wordende democratische legitimatie, zijn hiertoe niet goed in staat. Een drastische hervorming is noodzakelijk.
Juist in deze tijd van toenemende spanningen en scheidslijnen is ‘nabijheid’ van wezenlijk ­belang. Dagelijkse uitvoering dicht bij huis. Mensen die elkaar kennen. Mensen die in staat zijn om met kwaliteit en gezag de benodigde publieke diensten te leveren. Zodat niemand langdurig buiten de boot valt en er maximale mogelijkheden zijn om mee te doen.
Zorg dat de bestuurders ook bestuurlijk gezag kunnen uitoefenen en niet slechts de ­verlengde arm zijn van het college.
Wezenlijk daarvoor zijn frontlijnwerkers met groot mandaat, die in plaats van de centraal-stedelijke diensten bepalen hoe er in de wijken wordt gewerkt.
Het huidige budget van de stadsdelen en de uitvoeringsbudgetten van de centrale diensten komen wat ons betreft ter ­beschikking van deze frontlijnwerkers.
Via een burgerbegroting beslissen burgers mee over de besteding van hun gelden. Burgers en sociale ondernemers krijgen volop de ruimte om ­publieke taken te vervullen. Zij hebben voorrang als ze concreet voorstellen doen.

Zonder enige bevoegdheid
Onlangs heeft de gemeenteraad een onzalig besluit genomen, waarin burgers via rechtstreekse verkiezingen in 22 stadswijken een ‘adviescommissie’ kiezen, bestaand uit elk vier leden: 88 commissieleden zonder enige bevoegdheid.
De vraag waarom burgers deze mensen zouden willen kiezen, wordt niet gesteld. Evenmin wordt de vraag gesteld wie in zo’n tandeloos ­orgaan gekozen wil worden. (De wijkraden hadden vijftig jaar geleden al meer armslag.) Wel wordt uitgebreid ingegaan op de vergoeding voor deze commissieleden.
Verstandig in het raadsbesluit is het benoemen van drie bestuurders per stadsdeel. Zorg dan wel dat deze bestuurders ook bestuurlijk gezag kunnen uitoefenen en niet slechts de ­verlengde arm zijn van het college. Selecteer deze bestuurders zo dat ze slagkracht kunnen bieden aan de uitvoering. Juist als het gaat om goede uitvoering in de gebieden, is er bestuurlijke dekking nodig, zo is onze ervaring.
Deze bestuurders kunnen gezaghebbend optreden richting de centrale ambtelijke diensten, het college en de partners in de stad. ­Wezenlijk onderscheid tussen een bestuurder en een ambtenaar is dat de eerste directe verantwoording heeft af te leggen in het openbaar.
Daarom noemen we het ook ‘openbaar bestuur’. Het raadsbesluit voorziet hier niet in. Doe dat wel, en behoud daarmee de bewezen waarde van een lokaal bestuur en een overheid die gebiedsgericht en uitvoeringsgericht is, dicht bij de burgers.

Frank van Erkel (oud-directeur organisatie­vernieuwing bij de gemeente en oud-stadsdeel­secretaris), Willem van Spijker (oud-programmadirecteur stadsprovincie Amsterdam), Pieter Tops (hoogleraar bestuur Tilburg University).

Nieuw Publiek Werken

Dit gehele essay als PDF in je inbox? Vul dan hieronder je naam en email in en download het bestand vervolgens gratis.
Wij zijn benieuwd naar jullie ervaringen, stuur ons gerust een bericht.

Geef uw naam en e-mailadres op voor uw gratis download.

Ervaring 1

PubliekeWerken1Een half jaar geleden werd ik gevraagd om een dag te begeleiden met het College en de fractievoorzitters van de collegepartijen in een grote stad. Een jaar daarvoor was mij de eer vergund om dit College te mogen formeren. Het College bestaat deels uit ervaren bestuurders en deels uit nieuwe mensen. De fractievoorzitters zijn goeddeels nieuw in deze rol. Ik kreeg het verzoek om eerst met ieder individueel te gaan praten. Dat bleek een schokkende ervaring. Ik had de meesten vorig jaar leren kennen als weliswaar eigenzinnige maar ook capabele, coöperatieve en vooral optimistisch vrolijk gestemde mensen. En nu trof ik volop frustratie, boosheid en wanhoop. Gevoelens van miskenning, wantrouwen en misplaatstheid streden om de voorrang. Wat was hier gebeurd? Een gezamenlijke analyse leverde onder meer op dat de Raad probeerde te sturen waar ze niet toe in staat bleek, dat sommige Collegeleden zich op ongepaste wijze de oren lieten wassen door populistische Raadsleden, en dat het College samen nauwelijks koers en richting had. En in dit spel was een ieder verloren geraakt, naar hun eigen gevoel aan het lot overgelaten. “Als ik dit had geweten, had ik mijn mooie baan nooit opgezegd, dit levert mij alleen maar frustraties op”.

Ervaring 2

PubliekeWerken2Een clubje bevlogen ambtenaren uit verschillende gemeenten (secretarissen, strategen) vroeg mij als aanjager mee te doen bij het ontwikkelen van een aansprekende regionale toekomstagenda . Met veel enthousiasme begonnen we aan de klus. Maar hoe we het ook probeerden, het lukte maar niet om uit om uit procedurele en procesmatige gesprekken te komen. De vraag wie op welk moment bij wat betrokken moest worden, domineerde voortdurend de discussie. Wanneer informeren we de bestuurders? Wanneer betrekken we de gemeenteraden? Hoe moeten we de drie O’s betrekken (ondernemers, onderwijs en onderzoek) Ook de raadsgriffiers wilden een rol spelen. Hun boodschap was voortdurend om de raden zo vroeg mogelijk in de discussie te betrekken. Ook al was daar geen enkele inhoudelijke reden voor en lag er nog niet het begin van een verhaal dat richting aan die discussie zou kunnen geven. Het leidde tot een bijeenkomst met raadsleden, die weinig opleverde, behalve wat chagrijn. Om het proces te redden werd uiteindelijk een heel andere koers gekozen: het werd uit de gemeentelijke organisaties gehaald en in de handen van een buitenstaander gelegd. Eigenlijk een zwaktebod, maar de enige manier om verder te komen. Wanneer we dit verhaal met mensen uit andere gemeenten delen, is er veel herkenning: de interne complexiteit is heel groot en vaak verstikkend geworden.

Ervaring 3

PubliekeWerken3Twee jaar geleden werd ik door de gemeentesecretaris gevraagd om de organisatieontwikkeling van de gemeente samen met hem vorm te geven. Onze doelen waren ambitieus: de kloof tussen overheid en maatschappij overbruggen, de uitvoering centraal stellen, weer midden in de buurten komen te staan, echt weten wat er speelt en in samenspraak met burgers en ondernemers snel en flexibel inspelen op wat wenselijk is. Gewenste cultuur en structuur zouden hand in hand oplopen. Gepassioneerd begonnen we aan de opgave. Terugkijkend was de werkelijkheid weerbarstiger dan verwacht. Het proces werd taai en de passie lekte weg. Voor je het weet raakt het wenkend perspectief uit zicht en besteed je aandacht aan zaken die nodig lijken (uniformering, formele procedures, nieuwe structuren). Blijkbaar zijn die behoudende systemen bijzonder krachtig. Er zit in onze stad veel (gezamenlijke) kracht bij ambtenaren, burgers en ondernemers, maar het is erg lastig om al dat potentieel tot wasdom te laten komen. Het lijkt wel of we daarvoor eerder blokkades opwerpen dan afbreken.

 

Nieuw Publiek Werken

Deze ervaringen in zo korte tijd zetten ons aan het denken. Wat is er aan de hand? We maken een eerste analyse. We spreken er over met bestuurders en ambtenaren, met wetenschappers en actieve burgers. En zij bevestigen onze verontrusting. De lokale overheid lijkt gevangen in een kramp van institutionele machteloosheid. Het kraakt en het piept.

En tegelijkertijd zien we bij diezelfde overheid en vooral bij burgers, ondernemers en maatschappelijke instellingen allerlei initiatieven om tot een betere invulling van het publieke domein te komen, om publiek leiderschap anders vorm te geven.

Deze initiatieven bieden inspiratie om te duiden wat nieuwe perspectieven voor publiek leiderschap kunnen zijn. Daar is samenspel voor nodig: overheid en maatschappelijk initiatief hebben elkaar nodig en kunnen elkaar versterken. Dat veronderstelt wel de ontwikkeling van nieuwe repertoires, aan beide kanten.

PubliekeWerken5Aan de kant van de samenleving zien we meer vitaliteit dan bij de overheid, hoezeer die soms ook haar best doet. Dat heeft iets tragisch; er wordt veel publiek engagement verspilt, dat ook bij overheidsmensen volop aanwezig is. Het verkleinen van dit ‘energielek’ is een van de redenen waarom we dit essay hebben geschreven.

In dit essay proberen Frank van Erkel, Pieter Tops en ik te achterhalen wat er aan de hand is, wat kraakt en piept, wat zo machteloos maakt. En we schetsen perspectieven om weer vanuit kracht te opereren.

Dit gehele essay als PDF in je inbox? Vul dan hierboven je naam en email in en download het bestand vervolgens gratis.
Wij zijn benieuwd naar jullie ervaringen, stuur ons gerust een bericht.

Van Vieren - voor de verandering

Je kunt ons altijd persoonlijk benaderen.
  We komen graag langs voor het goede gesprek.