18 oktober 2017 Willem van Spijker

Weerbare ambtenaren

Gisteren wandelde ik door het park bij mij in de buurt. Het was onverwacht mooi weer na weken regen. In het park bevindt zich een restaurant. Bij de ingang stond een personenbusje, waar vrouwen in prachtige feestkleding en mannen in smoking uitstapten. Een aantal van gevorderde leeftijd, anderen nog jong. Voor het busje stond een handhaver – dat stond althans groot op zijn rug geschreven – , zijn scooter naast zich. Hij had het bonnenboekje in aanslag. Naast hem stonden twee mannen in smoking. Ze keken ongelukkig. Ze zouden een bon krijgen. Het is verboden om het park in te rijden, behalve voor leveranciers.

Ik moest mijn neiging onderdrukken om de handhaver aan te spreken. Kon hij niet wat coulanter zijn, het was toch duidelijk dat het hier om een feest ging. Was het niet genoeg om een waarschuwing te geven in dit geval?

Iets in de situatie, in het gedrag van de handhaver, weerhield me. Hij oogde enerzijds onvermurwbaar en anderzijds kwetsbaar. De feestgangers leken het gelaten over zich heen te laten komen.

Juist die ochtend stond er een stuk in de krant, waarin de directeur Handhaving aankondigde dat hij zijn handhavers weerbaarder wilde maken. Al te vaak worden de handhavers onheus, om niet te zeggen onbeschoft, behandeld door overtreders en omstanders.

Het abstracte woord ‘weerbaar’ kreeg in het park opeens voor mij betekenis. Ik had bij het lezen van het artikel instemmend zitten knikken. Heel goed om de weerbaarheid van de handhavers te versterken. Waarom kunnen we met ons allen niet accepteren dat democratisch opgestelde regels ook dienen te worden gehandhaafd. En dat we de mensen moeten waarderen die zo’n lastige taak op zich nemen. Respect is toch wel het minst dat we als burgers voor deze handhavers kunnen opbrengen.

Maar in deze situatie in het park begon ik te twijfelen. Bijna had ik de handhaver met luide stem ter verantwoording geroepen.

Weerbaar lijkt me niet hetzelfde als coute que coute de regels naar de letter uit te voeren. Dat je een bon kunt geven, betekent niet dat je hem moet geven, toch?

Wat zouden andere handhavers in dit geval hebben gedaan. Hetzelfde als deze man, of zouden ze hebben volstaan met een waarschuwing of een oogje toegeknepen hebben?

Betekent weerbaar zijn ook niet dat je wendbaar moet zijn? Om de feitelijke situatie mee te laten wegen in de beoordeling van de ingreep die je als handhaver wilt doen?

Een paar jaar geleden heeft Jan Nap, lector bij de Politie-academie een prachtig proefschrift geschreven over de uitvoeringspraktijk van straatagenten op basis van uitgebreid participerend onderzoek. Hij stelt dat het heel zinvol is dat handhavers met verschillende maten mogen meten, mede afhankelijk van hun inschatting van de situatie.

Deze professionele handelingsruimte is wezenlijk voor de handhaver. Die kun je niet dicht-regelen met uitgebreide voorschriften. En een goed gebruik van die handelingsruimte is ook van groot belang voor het wel of niet accepteren door burgers van het handelen van een handhaver. Als het in de ogen van burgers ‘redelijk’ is, zullen ze makkelijker een ingreep accepteren.

Om op deze manier weerbaar én wendbaar te zijn, vraagt van handhavers – en hun bazen – dat ze een scherp kompas hebben voor zichzelf vanuit welke waarden zij opereren. Dat ze goed weten wat de achterliggende bedoeling van een handhavings-interventie is. Jan Nap constateerde dat het vele uitvoerders moeite kost om hun waarden expliciet te maken, om verder te komen dan te zeggen ‘zo doe ik dat nu eenmaal’, of ‘dit zijn gewoon de regels’. Zij vinden het lastig om deze ‘plek der moeite’ te betreden, een mooi begrip hiervoor van prof. Wierdsma. En maar al te vaak worden uitvoerders hierin ook in de steek gelaten door hun bazen. Die roepen nogal eens ‘doe wat je doen moet’ en het (beoordelings)systeem vraagt dan ook nog een aantal bonnen per jaar per handhaver.

Het lijkt me van belang om die plek der moeite wel op te zoeken en het gesprek met elkaar en met burgers te voeren over de vraag waarom een handhaver doet wat hij doet.

Burgers worden almaar mondiger en weerbaarder en interpreteren iedere situatie naar hun eigen merites. Dat versterkt de noodzaak voor handhavers om zich bewust te zijn van de betekenis van hun handelen.

Handhaver zijn is een zeer te respecteren beroep dat niet vermalen mag worden.

In het park kwam een politieagent aan fietsen, althans op zijn rug stond ‘politie’.

Hij stopte even bij de handhaver en het groepje feestgangers. Hij keek, hij zei niets, stapte op zijn fiets en reed verder. Ik liep vervolgens ook door.