• Theo Konijn

Rapporteren als een spannende ‘who dunnit’

De opdrachtgever, NEN (samenwerking voor Nederlandse Norm), aan wie we een offerte hadden uitgebracht belde me op. “We willen jullie, mits jullie het anders dan anders willen doen”. Voor Van Vieren hadden Frank van Erkel en ik net offerte uitgebracht voor de evaluatie van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Dit zijn richtlijnen voor het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen. De reeks is een intensieve en unieke samenwerking tussen overheden en bedrijfsleven, want niemand wil rampen in Nederland. De richtlijnen bevatten voorschriften waar mensen in de praktijk, zoals bijvoorbeeld bij grote petrochemische bedrijven, het MKB, handhavers van Arbo-wetgeving en vergunningverleners van Omgevingsdiensten, dankbaar gebruik van maken.


Sinds 2015 wordt gewerkt aan nieuwe methodiek, door onder meer een geüniformeerde risicobenadering en de afspraak om de voorschriften bindend te maken in regelgeving van de overheid. De belangen van zowel overheid als bedrijfsleven zijn groot maar lopen niet altijd samen op. Dat leidde soms tot forse knelpunten en conflicten. De Programmaraad PGS wilde een evaluatie om na te gaan wat achterliggende oorzaken zijn van de knelpunten die tot non-consensus leidde.


Wij hadden een offerte uitgebracht met als werkwijze: de evaluatie als proces voor gezamenlijke beeldvorming. We wilden elke partij een podium geven voor hun verhaal, en het zo organiseren dat ze naar elkaar zouden luisteren, oog konden krijgen voor de invalshoek van de ander, om vervolgens gezamenlijk te concluderen wat goed gaat, waar het mis ging en hoe dat beter zou kunnen.


Maar dat wilden ze dus niet. Ze wilden ons vanwege onze verbindende kwaliteit, maar ‘niet al die workshops’. Dat wij individuen zouden spreken ok, maar toch zeker ook een uitvoerige kwantitatieve enquête. En een afsluitend hoofdstuk met onze conclusies en aanbevelingen. Heel erg niet-Van Vieren. Want wie zijn wij om hen te zeggen wat ze moeten doen? En bereiken we dan echt duurzame impact? We willen eenvoudig geen advies uitbrengen wat op de stapel gelegd wordt. Onze eerste impuls was “jammer dan”. Toen gingen we erover nadenken.


We bedachten dat we hun vraag ook met een Van Vieren-benadering konden oplossen. Het onderzoek als interventie voor verbinding. Door een groot aantal interviews af te nemen met betrokkenen die aan PGS-en hadden gewerkt en sleutelspelers in de programma-organisatie, in combinatie met een enquête onder alle betrokkenen, zouden we het ‘verhaal’ kunnen samenstellen van hun gemeenschappelijke ervaring. Wat meer journalistiek en erg dicht op de huid van de geïnterviewden. Met een schuin oog kijkend naar Jeroen Smit in de Prooi, al kunnen we lang niet zo mooi schrijven. Wat hadden de bijna 300 PGS-betrokkenen meegemaakt in de periode 2015-2020? Met welke ambitie waren ze vertrokken, waar zaten cruciale breuklijnen, waar zitten tragische helden, hoe kwamen ze over de eindstreep? Als we erin zouden slagen om het verhaal zo te vertellen dat alle betrokkenen, van álle kampen, zichzelf goed zouden herkennen én zicht kregen op de worstelingen van anderen, dan zouden we een bijdrage leveren aan een gezamenlijk beeld van wat er was gebeurd op basis waarvan samen verder gebouwd kon worden. We hebben met overtuiging ja gezegd, dit was een aanpak waarin wij zelf ook geloofden en met plezier mee aan de slag gingen.


Vorige maand is het ‘rapport’ opgeleverd met leesbaar verhaal én, ja toch ook, conclusies een aanzetten voor vervolg. Het bleek inderdaad effectief als spiegel voor alle betrokkenen en heeft een proces van hercontractering tussen betrokken partijen in gang gezet. En ook belangrijk, het was voor ons een enorm plezier om aan te werken. We hebben prachtige gesprekken gevoerd met gepassioneerde betrokkenen die het gevoel hadden nu eindelijk hun verhaal te kunnen doen. We hielden de pen vast om hun relaas op te tekenen, als chroniqueur verslag te doen en zo inzichten te laten ontstaan. We konden frank en vrij stevig verwoorden waar, na hoor en wederhoor, volgens ons de schoen wrong. Wij namen geen blad voor de mond en het leverde een glasheldere spiegel op.


Het smaakt naar meer…. Dus we hopen dat we vaker van deze prachtige opdrachten met impact mogen verrichten.